Begin bij het juiste dier
De gewone mierenegel, Tachyglossus aculeatus, is een zoogdier waarvan het stekelige silhouet slechts een deel van het verhaal vertelt. Het Australian Museum beschrijft korte poten, scherpe stekels en een lange snuit. Bekijk die snuit en stevige graafvoeten eens beter: ze passen bij een eigen manier van voedsel zoeken. Een oppervlakkige gelijkenis met een bekend tuindier verklaart zijn levenswijze nog niet.
Een ei sluit melk niet uit
Mierenegels behoren tot de cloacadieren, de eierleggende zoogdieren. Volgens San Diego Zoo legt het vrouwtje doorgaans één ei met een leerachtige schaal en draagt ze dat in een buikbuidel. Na ongeveer tien dagen komt het uit. Het jong, vaak puggle genoemd, drinkt melk die door klieren in de buidel wordt uitgescheiden; de moeder heeft geen tepels. Eieren leggen en melk produceren horen dus bij dezelfde levenscyclus. Het jong komt ook niet met de uitstekende stekels van een volwassen dier uit het ei.
Voedsel onder het oppervlak
Mieren en termieten zijn belangrijke voedselbronnen voor deze soort. Klauwen en de puntige snuit helpen nesten open te maken, waarna een lange kleverige tong de prooi verzamelt. Het uiterlijk sluit zo aan op dagelijkse taken: graven, zoeken en kleine dieren opnemen. Het Australian Museum noemt verspreiding door heel Australië, inclusief Tasmanië, in leefgebieden van bos tot droge landschappen.
Bekijk de bijzonderheden
Let op afbeeldingen op de combinatie van haren en stekels, de kleine ogen en het lage lichaam op korte poten. Stekelige zoogdieren zijn niet onderling uitwisselbaar. Houd bij verder lezen de soortnaam in gedachten: informatie over vachtegels met een lange snuit beschrijft niet automatisch deze soort. Stranger Animals begint bij de bijzondere eigenschappen van het echte dier.
